Een man die werd ingehuurd om kwetsbare meisjes te beschermen, misbruikte juist een van hen. Bilal H., een 29-jarige invalkracht bij de Alphense vestiging van jeugdzorginstelling iHUB, heeft in de rechtbank toegegeven seksueel contact te hebben gehad met een 15-jarig meisje dat daar verbleef. De afdeling waar dit plaatsvond, was speciaal bedoeld voor meisjes die slachtoffer waren van loverboys. Het meisje zelf verwoordde het pijnlijk duidelijk: zij was daar omdat volwassen mensen hadden besloten dat zij bescherming nodig had.
Nacht van 5 op 6 november
De feiten spelen zich af in de nacht van 5 op 6 november 2025, in de Alphense vestiging van iHUB. Zowel Bilal H. als de 21-jarige Abdelouahab O. waren die nacht aanwezig als invalkracht. Beiden werkten via uitzendbureau Zorgwerk, een dochteronderneming van Randstad. Voor H. was het zijn tweede dienst bij de instelling. Voor O. was het zelfs zijn eerste. Hun taak was eenvoudig maar cruciaal: ’s nachts wakker blijven en ervoor zorgen dat de meisjes niet zouden weglopen.
Volgens de verklaring die Bilal H. in de rechtbank aflegde, probeerden de meisjes aan het begin van de dienst twee keer te ontsnappen. Beide pogingen werden door de twee invalkrachten verijdeld. Wat daarna zou zijn gevolgd, schildert H. als een informeel samenzijn. Abdelouahab O. zou vervolgens een joint hebben gerold en gerookt in de zorginstelling. De meisjes zouden daarbij ook hebben meegedaan. Daarna zaten de vier samen op een bank en speelden het spel ‘Doen, durf of de waarheid’. Tijdens dat spel, zo verklaarde H., zoende hij met het 15-jarige meisje. Het seksuele contact vond vervolgens plaats op de slaapkamer van het kind, binnen de muren van de zorginstelling. Deze verklaringen over de omstandigheden zijn afkomstig van H. zelf en zijn niet onafhankelijk bevestigd.

Tweede verdachte ontkent alle betrokkenheid
Naast Bilal H. staat ook Abdelouahab O. terecht. Hij wordt verdacht van de verkrachting van een 14-jarig meisje dat op dezelfde afdeling verbleef. In de rechtbank verklaarde O. onschuldig te zijn. Hij weigerde bovendien antwoord te geven op vragen van de rechter. Daarmee nam hij een fundamenteel andere houding aan dan zijn medeverdachte, die op zijn beurt het seksuele contact met het 15-jarige meisje openlijk erkende. Beiden worden verdacht van verkrachting van een kind, maar een erkenning van seksueel contact is juridisch niet automatisch hetzelfde als een bekentenis van dat strafbare feit. De rechter heeft nog geen uitspraak gedaan.
Advocaat betwist betrouwbaarheid slachtoffer
De verdediging van Bilal H. voerde tijdens een eerdere voorbereidende zitting een opmerkelijk verweer. Zijn advocaat stelde dat de verklaringen van het 15-jarige meisje mogelijk onbetrouwbaar waren door zogenoemde wraakgevoelens, die zouden zijn ontstaan na de mislukte ontsnappingspogingen. Dit is een verdedigingsstandpunt en is niet onafhankelijk onderbouwd. Toch weegt het mee in de manier waarop de zaak zich juridisch ontvouwt. Inmiddels is er ook forensisch bewijs: bij het 15-jarige meisje werd DNA van Bilal H. aangetroffen, zo blijkt uit de berichtgeving van Hart van Nederland.
Trage melding frustreerde onderzoek
Een apart pijnpunt in deze zaak is de manier waarop iHUB reageerde op de signalen. De instelling informeerde uitzendbureau Zorgwerk op 7 november 2025, anderhalve dag na de vermoedelijke gebeurtenissen, over het vermoeden van grensoverschrijdend gedrag. De melding bij de politie volgde echter pas dagen later. Advocaat Johan Oosterhagen, die de ouders van beide meisjes vertegenwoordigt, noemt dat ‘heel problematisch’. Door het tijdsverloop werd DNA-onderzoek ernstig bemoeilijkt. Dat bij het 15-jarige meisje desondanks DNA van H. werd gevonden, maakt de vertraging in retrospectief nog verontrustender. Waarom de instelling zo lang wachtte met een melding bij de politie, is vooralsnog onduidelijk.

Slachtoffers spreken via hun advocaat
Tijdens de rechtszitting las Johan Oosterhagen namens de slachtoffers indringende verklaringen voor. Het 15-jarige meisje liet optekenen: “Ik was daar omdat volwassen mensen hadden besloten dat ik bescherming nodig had.” Haar woorden vatten de kern van het schandaal samen. Het andere meisje, veertien jaar oud, zei via haar advocaat: “De dader moest voor me zorgen maar heeft me drugs gegeven en misbruikt.” Beide meisjes verbleven op een afdeling die specifiek was ingericht voor slachtoffers van loverboys. Zij waren al kwetsbaar voordat zij er aankwamen. De instelling en het uitzendbureau hadden juist de plicht hen te behoeden voor verder leed.
Vragen over screening via Randstad-dochter
De zaak werpt bovendien bredere vragen op over de manier waarop de jeugdzorg omgaat met de inzet van tijdelijke krachten. Beide verdachten kwamen via Zorgwerk, een uitzendbureau dat gelieerd is aan het grote Randstad-concern, terecht in een instelling voor hoogst kwetsbare minderjarigen. Voor O. was het zelfs zijn allereerste dienst in die omgeving. Hoe deze invalkrachten werden gescreend en welke instructies zij kregen over de aard van de afdeling, is niet uit de beschikbare informatie af te leiden. Echter, de combinatie van onervaren medewerkers en een zwaar belaste doelgroep roept fundamentele vragen op over verantwoordelijkheid en toezicht binnen de sector.
De rechtszaak is nog niet afgerond. De strafeis van het Openbaar Ministerie is nog niet bekendgemaakt. Vervolgens zal de rechter moeten oordelen over de exacte juridische kwalificatie van wat er in die nacht plaatsvond. Ondertussen wachten de meisjes, en hun ouders, op een uitspraak die erkenning moet brengen voor wat hun in een instelling overkwam die voor hen een veilige haven had moeten zijn.
Bronnen en credits
Bronnen: Hart van Nederland, NU.nl, Telegraaf.nl










