Johan Derksen, bekend om zijn uitgesproken meningen, uit zijn frustraties over de huidige staat van de Nederlandse radio in zijn nieuwste column voor De Telegraaf. Derksen, die zichzelf omschrijft als een ‘oudere jongere’ opgegroeid met iconen als de Beatles, Van Morrison, de Rolling Stones en Bob Dylan, voelt zich steeds meer vervreemd van de hedendaagse radioprogrammering.

Volgens hem worden luisteraars overspoeld met onzinnige quizvragen, overbodige telefoongesprekken en schijtlollige presentatoren die de muziek naar de achtergrond dringen.

Derksen hekelt de overvloed aan radiostations in Nederland, zowel publieke als commerciële, en de talloze themazenders die variëren van soul en jazz tot disco en lovesongs.

Hij beschrijft hoe hij en zijn leeftijdsgenoten worden ‘geterroriseerd’ door praatzieke diskjockeys die zich gedragen als cabaretiers en hun publiek behandelen alsof het uit kleuters bestaat. Dit gedrag vindt hij niet alleen storend, maar ook respectloos tegenover de luisteraars.

Het probleem, volgens de 75-jarige Derksen, ligt bij de radiopresentatoren zelf. Hij beschuldigt hen ervan zich te veel te willen profileren en noemt dit ‘minachting’ van de luisteraar. In zijn ogen draait het op de vaderlandse radio tegenwoordig niet meer om de muziek, maar om de ego’s van de presentatoren.

Slechts enkele uitzonderingen weten volgens hem nog de essentie van goede radioprogrammering te bewaren. Hij benadrukt dat de grootste doelgroep, bestaande uit mensen zoals hijzelf, dagelijks wordt genegeerd.

In zijn vorige column ging Derksen in op de controverse rondom zijn beruchte verhaal met de kaars, dat hij vertelde bij het televisieprogramma Vandaag Inside. Hij stelde dat hij dit verhaal deelde om een punt te maken over de hypocrisie van de woke gemeenschap.

Volgens Derksen heeft iedereen wel iets gedaan waar hij of zij later spijt van heeft, en wilde hij met zijn verhaal laten zien dat hij niet zomaar anderen kan beschuldigen. Deze onthulling leidde tot een mediastorm en zelfs tot een verhoor door de zedenpolitie in Groningen, iets wat volgens Derksen te wijten was aan de hoofdofficier van justitie die ook publiciteit zocht.

Derksen’s kritiek op de huidige radiocultuur en zijn ervaringen met de mediacontroverse tonen zijn vastberadenheid om zijn mening te blijven delen, ondanks de kritiek die hij ontvangt.

Zijn columns blijven een bron van discussie en zetten luisteraars en lezers aan het denken over de staat van de media en de rol van presentatoren in het vormgeven van onze luisterervaring.










