Trekker naast een bloeiend bloemenveld

Provincies sluiten zich aan bij pesticidenconvenant: ‘Aanmerkelijke verlaging milieubelasting’

Twee maanden nadat staatssecretaris Silvio Erkens een nationaal convenant sloot over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, is ook de laatste grote partij aangehaakt. Het Interprovinciaal Overleg heeft deze week zijn handtekening gezet, nadat alle provinciale colleges afzonderlijk groen licht gaven. Daarmee is een opvallende lacune in het akkoord alsnog gedicht, en staat de weg open naar concrete reductiedoelen voor iedere sector.

Staatssecretaris Silvio Erkens tijdens een interview

Een convenant dat begon zonder provincies

In juli van dit jaar ondertekenden zeven organisaties het convenant dat Erkens had uitonderhandeld. Vertegenwoordigers van agrarische organisaties, supermarkten, gemeenten en waterschappen schreven hun naam onder de afspraken. De provincies stonden echter niet op de lijst, al waren ze wel degelijk betrokken bij de totstandkoming van het akkoord. Dat was een bewuste keuze, geen vergissing.

Volgens een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg (IPO) moesten alle twaalf provinciale colleges eerst intern een besluit nemen over de afspraken. Provincies opereren namelijk niet als één monoliet; elk college bestuurt zelfstandig en neemt eigen besluiten. Bovendien liggen de landbouw– en milieubelangen sterk uiteen tussen een provincie als Groningen en een provincie als Noord-Brabant. Die complexiteit verklaart waarom de provincies meer tijd nodig hadden.

Een trekker met werktuig langs een Nederlands bloemenveld

In de weken na de ondertekening in juli doorliepen alle provinciale colleges hun eigen besluitvormingstraject. Vervolgens had het IPO-bestuur voldoende mandaat om namens de gezamenlijke provincies het convenant te ondertekenen. Daarmee is de processuele vertraging nu officieel voorbij.

Lees ook:  Provincies dringen aan op meer geld voor infrastructuur: 'Dan staat Nederland stil'

Wie zit er aan tafel?

Het convenant is tot stand gekomen onder leiding van Gert-Jan Segers, de onafhankelijk voorzitter die de partijen bij elkaar bracht. Aan tafel zaten vertegenwoordigers van LTO, NAJK, BO Akkerbouw en Greenports Nederland namens de agrarische sector. Daarnaast tekenden het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) namens de supermarkten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW). Met de provincies erbij is nu ook het regionale bestuursniveau vertegenwoordigd.

Staatssecretaris Silvio Erkens beantwoordt vragen

Opmerkelijk afwezig zijn de natuur- en milieuorganisaties. Deze partijen zaten eerder dit jaar wel aan tafel tijdens de onderhandelingen, maar weigerden uiteindelijk hun handtekening te zetten. Hun bezwaren zijn tot nu toe niet weggenomen. De provincies geven echter aan dat zij er belang bij hechten dat juist deze organisaties bij de verdere uitwerking worden betrokken. Of dat lukt, is vooralsnog onzeker.

Wat staat er concreet in het akkoord?

Het convenant bevat op dit moment hoofdlijnen, geen uitgewerkte reductiepercentages per sector. Die moeten nog komen in zogenoemde deelconvenanten, die nu worden opgesteld. Het is de bedoeling dat voor iedere sector een eigen reductiedoel wordt vastgelegd, toegesneden op de specifieke situatie van die sector. Agrariërs, supermarkten en waterschappen krijgen dus elk hun eigen set afspraken.

Lees ook:  Erkens wil salmonella bij leghennen bestrijden met vaccinatieplicht: 'Houd ik aanvullende maatregelen nadrukkelijk achter de hand'

Het kabinet heeft voor het convenant 250 miljoen euro gereserveerd. Dat geld gaat onder meer naar innovatieve technieken die het gebruik van bestrijdingsmiddelen kunnen beperken. Denk daarbij aan precisiebespuiting, biologische alternatieven en digitale monitoringssystemen. Bovendien moeten de deelconvenanten zorgen voor meetbare doelen, zodat de voortgang later ook gecontroleerd kan worden.

Staatssecretaris Silvio Erkens tijdens een interview

Provincies willen bredere coalitie

Het IPO omschreef de aansluiting bij het convenant als een duidelijk signaal. “Met deze stap laten provincies zien dat ze zich samen met medeoverheden, maatschappelijke partijen en sectoren willen inzetten voor een aanmerkelijke verlaging van milieubelasting door het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen”, aldus het IPO in een verklaring. Die formulering is bewust breed: provincies zien zichzelf als verbindende schakel, niet als eindstation.

Daarom pleiten de provincies uitdrukkelijk voor deelname van natuur- en milieuorganisaties aan de volgende fase. Het IPO stelt dat “deelconvenanten maatschappelijk breed gedragen moeten worden” en noemt de hoofdlijnen “een nuttige stap” op weg naar “een duurzame balans tussen landbouwproductie en een gezonde leefomgeving”. Of die brede coalitie ook werkelijk tot stand komt, hangt af van de bereidheid van de milieuorganisaties om opnieuw aan tafel te gaan.

Een trekker met werktuig langs een Nederlands bloemenveld

Wat is het maatschappelijk belang?

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen staat al jaren onder druk. Onderzoeken tonen keer op keer aan dat pesticiden schade aanrichten aan insecten, bodemleven en waterkwaliteit. Tegelijkertijd zijn boeren voor hun productie afhankelijk van deze middelen, zeker in een intensief landbouwland als Nederland. Bovendien stellen supermarkten via inkoopvoorwaarden hun eigen eisen, wat de druk op de keten verder vergroot.

Lees ook:  Kabinet nodigt ook BBB uit voor begrotingsoverleg: 'Aantrekkelijk voorstel' over box 3

Het convenant probeert die spanning op te lossen via een brede coalitie van partijen die gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. De aansluiting van de provincies is in dat licht meer dan een formaliteit. Omdat provincies verantwoordelijk zijn voor natuur- en omgevingsbeleid én voor vergunningverlening aan agrarische bedrijven, kunnen zij een directe rol spelen bij de uitvoering. Zonder hun medewerking zou het convenant voor de praktijk veel minder gewicht hebben.

Staatssecretaris Silvio Erkens beantwoordt vragen

Volgende stap: deelconvenanten uitwerken

Nu alle grote partijen het principale convenant hebben ondertekend, verschuift het werk naar de uitwerkingsfase. De komende maanden moeten de deelconvenanten per sector worden opgesteld, voorzien van concrete reductiedoelen. Staatssecretaris Silvio Erkens en voorzitter Gert-Jan Segers leiden dit proces. De druk op die onderhandelingen is echter groot; natuur- en milieuorganisaties houden de vinger aan de pols en de politiek verwacht meetbare resultaten voor de 250 miljoen euro die op tafel ligt.

Bronnen en credits
Poll

Gaat het pesticidenconvenant het middelengebruik echt terugdringen?

0 stemmen Kies een antwoord om de uitslag te zien

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's