De bewakers van de bewakers slaan alarm. De twee onafhankelijke toezichthouders op de AIVD en MIVD hebben forse kritiek op het kabinetsvoorstel dat de inlichtingendiensten fors meer bevoegdheden en ruimere mogelijkheden voor gegevensverzameling moet geven. Het oordeel is hard: het wetsvoorstel is “niet in balans”. Wat de toezichthouders met name verontrust, is dat het toezicht op de diensten onder de nieuwe wet juist lijkt te verzwakken op het moment dat hun macht groeit.

Wat staat er in het wetsvoorstel?
Het minderheidskabinet presenteerde het voorstel als een noodzakelijke moderniseringsslag. Volgens het kabinet zijn er nieuwe en complexere dreigingen vanuit landen als Rusland en China, en vereisen technologische ontwikkelingen dat de diensten sneller en wendbaarder kunnen optreden. Daarom moeten de AIVD en MIVD straks makkelijker kunnen samenwerken met andere overheden en bedrijven, en meer inlichtingen kunnen opvragen bij derden.
Het voorstel introduceert bovendien een bepaling over het zogenoemde staatsnoodrecht. In “buitengewone omstandigheden” zou dit recht van toepassing kunnen worden. Daarvoor is wel instemming van het parlement vereist. Toch roept ook deze bepaling stevige vragen op bij de toezichthouders, omdat de formulering ruim en daarmee vaag is.
Verder bevat het wetsvoorstel nieuwe algemene bevoegdheden, bredere mogelijkheden om tegenstanders te onderzoeken, uitgebreide verwerking van bulkgegevens en de mogelijkheid om automatisering, waaronder artificiële intelligentie, in te zetten. Tegelijk wordt er in het voorstel een nieuw orgaan opgericht: het College van Toetsing en Toezicht. Dit college moet straks toezicht houden op de twee diensten en de bestaande toezichthouders vervangen.

CTIVD en TIB: bevoegdheden groeien, toezicht krimpt
De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) zijn echter allesbehalve gerustgesteld door dat nieuwe college. Beide commissies stellen dat het voorgestelde orgaan te weinig budget en te weinig personeel krijgt toebedeeld om zijn taak serieus te kunnen uitvoeren. Daarmee dreigt het toezicht op de diensten juist te verzwakken, terwijl hun bevoegdheden fors worden uitgebreid.
TIB-voorzitter Anne Mieke Zwaneveld laat er geen misverstand over bestaan: “Als de bevoegdheden groter worden, moeten ook de bescherming en het toezicht worden versterkt. En dat gebeurt in het wetsvoorstel niet.” Haar boodschap is helder: meer macht vereist meer controle, niet minder. Bovendien hebben beide commissies fundamentele vragen bij de noodzakelijkheid en proportionaliteit van meerdere onderdelen van het voorstel.
Gevaar voor de democratische rechtsstaat zelf
CTIVD-voorzitter Hugo Hillenaar formuleert zijn bezwaren in brede, principiële termen. “We moeten niet vergeten wát we willen beschermen: onze democratische rechtsstaat”, zegt hij. Daarom is het volgens hem essentieel dat de wet de rechtsorde niet zelf onder druk zet. Dat risico ziet hij nu wel degelijk. De kritiek gaat daarmee verder dan technische bezwaren; het raakt aan de vraag welke waarden Nederland bereid is op te offeren in naam van veiligheid.
De bezwaren over het staatsnoodrecht zijn in dit licht bijzonder opvallend. De toezichthouders wijzen erop dat de ruime formulering van “buitengewone omstandigheden” onduidelijkheid en onvoorspelbaarheid in de toepassing met zich meebrengt. Wanneer precies zulke omstandigheden aanbreken, blijft daarmee onbepaald. Dat geeft de uitvoerende macht een grote mate van beoordelingsvrijheid, iets wat de toezichthouders als een risico beschouwen.

Minister Yeşilgöz staat achter het voorstel
Minister Dilan Yeşilgöz van Defensie verdedigde het wetsvoorstel eerder en stelde dat het toezicht in het nieuwe voorstel “robuust” is. Daarmee plaatste zij zich lijnrecht tegenover de oordelen van de huidige toezichthouders. Haar ministerie beschouwt de wet als een onmisbare stap om de diensten klaar te stomen voor de dreigingen van deze tijd. Bovendien benadrukt het kabinet dat de diensten door de nieuwe wet sneller kunnen handelen, iets wat in een veranderende geopolitieke werkelijkheid steeds belangrijker wordt.
In de Tweede Kamer klinken echter ook zorgen, en die komen niet alleen van de oppositie. Met name de bepalingen rond het staatsnoodrecht en het toezicht roepen vragen op bij meerdere fracties. Het debat over de nieuwe wet is daarmee in volle gang, zowel in het parlement als in de samenleving.
Procedure: reacties welkom, aanpassing mogelijk
Het wetsvoorstel bevindt zich momenteel in de consultatieronde. Belanghebbenden, waaronder maatschappelijke organisaties, juridische experts en burgers, kunnen hun zienswijze indienen. Daarna beoordeelt het kabinet of het voorstel op onderdelen moet worden aangepast. Of de kritiek van de CTIVD en TIB daadwerkelijk tot aanpassingen leidt, is op dit moment nog niet duidelijk.

De uitkomst van die consultatie is van groot belang. De twee toezichthouders die nu alarm slaan, verdwijnen immers zodra de nieuwe wet in werking treedt. Hun opvolger, het College van Toetsing en Toezicht, neemt dan het stokje over. Of dat nieuwe orgaan voldoende tanden heeft om de diensten daadwerkelijk te controleren, hangt af van de definitieve tekst van de wet en het bijbehorende budget. Dat maakt de komende maanden cruciaal voor de balans tussen nationale veiligheid en de bescherming van burgerrechten in Nederland.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, Ditjes & Datjes, Nieuws.nl









