Het Nederlandse koningshuis staat niet alleen met een koloniaal verleden. Ook alle andere Europese vorstenhuizen hebben een geschiedenis met kolonialisme en slavernij, blijkt uit het onderzoek naar de rol van het koningshuis in het koloniale verleden. De motieven waren daarbij ‘in grote lijnen’ dezelfde als die van de Oranjes. Het onderzoek plaatst de Nederlandse discussie daarmee in een breder Europees kader en maakt zichtbaar dat de koloniale betrokkenheid van vorsten geen Nederlandse eigenaardigheid was.

Een koloniaal verleden dat alle vorstenhuizen delen
Volgens het onderzoek gaat het om een gedeeld Europees verleden. Niet alleen het Nederlandse koningshuis, maar ook alle andere vorstenhuizen in Europa hebben een geschiedenis met een koloniaal verleden en met slavernij. De bevinding vergroot de reikwijdte van de vraag die het onderzoek stelt. Waar de aandacht in Nederland vooral uitging naar de rol van het Huis Oranje-Nassau, laat de vergelijking zien dat monarchen elders vergelijkbare banden met koloniale expansie en slavernij kenden. Het onderzoek is gedaan in Leiden en werd op 2 oktober 2026 bekend.
Economisch, geopolitiek, prestige
Hoofdonderzoeker Gert Oostindie vat de motieven van de koningshuizen samen. ‘De motieven van Europese koningshuizen om het kolonialisme te steunen waren in grote lijnen dezelfde, en stonden afgezien van dynastieke belangen vrijwel gelijk aan statelijke motieven: economisch, geopolitiek, prestige’, zegt hij. Daarmee wijst hij drie drijfveren aan die ook de politiek van de staten zelf bepaalden. Naast het eigen belang van de dynastie speelden geld, machtsverhoudingen tussen landen en aanzien dus een rol. De vorstenhuizen volgden volgens het onderzoek in hun steun voor het kolonialisme grotendeels dezelfde logica als de staten waarover zij heersten.
Geen afstand, geen verzet
De onderzoekers wijzen erop dat de steun van vorstenhuizen aan het kolonialisme niet losstond van de belangen van hun landen. De motieven waren volgens het onderzoek economisch, geopolitiek en gericht op prestige, en vielen afgezien van dynastieke belangen vrijwel samen met die van de staten zelf.

Oostindie benadrukt bovendien dat geen enkel vorstenhuis er in het verleden afstand van deed of verzet bood. Dat maakt het beeld volgens het onderzoek eenduidiger dan het misschien lijkt: het gaat niet om enkele vorsten die meegingen in een koloniale beweging, terwijl anderen zich daartegen afzetten. In de bevindingen van het onderzoek staat geen vorstenhuis dat zich distantieerde of tegenstand organiseerde. Die conclusie komt van de onderzoekers zelf en geldt voor alle huizen die in de vergelijking zijn betrokken.
Willem-Alexander als uitzondering
Tot dusver heeft alleen koning Willem-Alexander zich uitgebreid uitgesproken tegen het verleden van zijn eigen familie. Hij bood excuses aan voor het gebrek aan handelen van zijn voorouders in de slavernij en kolonisatie. Daarnaast vroeg hij om vergiffenis. Daarmee onderscheidt hij zich volgens het onderzoek van collega’s uit België, Groot-Brittannië, Spanje, Denemarken en Zweden. Het gaat om een onderscheid in omvang en uitgebreidheid: de Nederlandse koning combineerde een erkenning van de rol van zijn voorouders met excuses en een verzoek om vergiffenis, iets wat het onderzoek bij zijn ambtgenoten niet in dezelfde vorm aantreft.

Spijtbetuigingen van Charles en Filip
De uitingen van Charles en Filip betreffen telkens een eigen onderdeel van het verleden. De Britse koning sprak spijt uit over de rol bij de slavenhandel. De Belgische koning deed dat over het Belgische bewind in Congo. Dat zijn twee verschillende episodes uit de koloniale geschiedenis.
Dat betekent niet dat de andere koningen volledig zwegen. De Britse koning Charles en de Belgische koning Filip deden wel spijtbetuigingen. Charles deed dat voor de rol bij de slavenhandel, Filip voor het Belgische bewind in Congo. Die uitingen blijven in het onderzoek echter beperkter dan de excuses van Willem-Alexander. Voor de koningen van Spanje, Denemarken en Zweden noemt het onderzoek geen vergelijkbare uitspraken, maar de bron zegt alleen dat de Nederlandse koning zich van hen onderscheidt, niet dat zij zich nooit hebben uitgelaten.
Wanneer besteeg een familie de troon?
De onderzoekers stippen nog een aspect aan dat verschillen tussen de huizen kan verklaren. Verschillende families bestegen pas de troon toen hun land al kolonies had, of na de afschaffing van de slavernij. Daardoor ligt het begin van hun koningschap in sommige gevallen later dan het begin van de koloniale betrokkenheid van hun land. ‘Dit kan een verschil maken voor het gevoel van verantwoordelijkheid dat elk van deze koningen al dan niet persoonlijk voelt over het koloniale verleden’, aldus het onderzoek. Het gaat hier om een voorzichtige duiding: het tijdstip van troonsbestijging kan meespelen, maar het onderzoek presenteert het niet als vaststaande verklaring.

Wat het onderzoek laat zien
De uitkomst van het onderzoek is daarmee tweeledig. Enerzijds blijkt het koloniale en slavernijverleden een gedeeld erfgoed van alle Europese vorstenhuizen, met economische, geopolitieke en prestigegerichte motieven die sterk leken op die van de staten zelf. Anderzijds verschilt de manier waarop de huidige koningen daarmee omgaan: Willem-Alexander ging tot nu toe het verst met zijn excuses en zijn verzoek om vergiffenis, terwijl Charles en Filip zich beperkten tot spijtbetuigingen over een specifiek onderdeel van het verleden. Of andere koningshuizen het voorbeeld van de Nederlandse koning zullen volgen, valt niet uit het onderzoek af te leiden.
Bronnen en credits
Bronnen: Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, RTL Nieuws, Welingelichte Kringen, montesquieu-instituut.nl, mrchadd.nl
Foto: Koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Amalia lopen over de rode loper — Chambre des Députés (bron), CC BY 4.0
Foto: Prinses Amalia, koningin Máxima en koning Willem-Alexander begroeten Mark Rutte — Ministerie van Buitenlandse Zaken (bron), CC BY-SA 4.0










