De regeringsleiders van Nederland, Duitsland, Zweden, Denemarken, Oostenrijk en Finland willen dat de volgende Europese meerjarenbegroting met honderden miljarden euro’s omlaag gaat. Dat staat in een brief aan Ierland, het land dat nu voorzitter van de Europese Unie is. De zes premiers vinden dat de Europese uitgaven grondig moeten worden hervormd en dat er duidelijke keuzes nodig zijn. Een grote groep andere lidstaten wil juist een hoger budget. Het verschil tussen beide kampen bepaalt de komende maanden de onderhandelingen over de periode 2028-2034.

Van 1,2 naar bijna 2 biljoen euro
De huidige zevenjarenbegroting loopt tot en met 2027 en bedraagt 1,2 biljoen euro. De Europese Commissie stelt voor om de uitgaven in de volgende periode op te trekken naar ongeveer 2 biljoen euro (2.000 miljard). Dat is volgens de zes landen een stijging van 60 procent. Zij noemen dat voorstel ‘niet realistisch’, zowel politiek als economisch.
Een verhoging past volgens de briefschrijvers bovendien niet bij de bezuinigingen die in een aantal lidstaten nodig zijn. Het nieuwe Commissievoorstel moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten. De verwachting is dat er nog lange onderhandelingen volgen.
Waar het geld nu naartoe gaat
Traditioneel gaat ongeveer twee derde van het EU-budget naar boeren en armere regio’s. In de huidige begroting is 386 miljard euro bestemd voor de landbouw, bijna een derde van het totaal. In het voorstel van 2.000 miljard euro is 300 miljard euro voor landbouw gereserveerd, 15 procent. Het aandeel van de landbouw wordt daarmee al aanzienlijk kleiner.

De zes landen willen daar nog verder in gaan. Zij pleiten voor minder geld voor boeren en armere regio’s in de Europese Unie. Voor de landbouw zelf komt de discussie op een gevoelig moment, omdat de sector aan het eind van de huidige begrotingsperiode staat.
Defensie, innovatie en migratie
In plaats daarvan willen de zes landen meer investeren in veiligheid en defensie, economische concurrentie en innovatie. Ook de strijd tegen illegale migratie staat op hun lijst. Zij plaatsen die keuzes in het kader van een sterk en onafhankelijk Europa.
Het nieuwe voorstel van Ierland moet volgens de briefschrijvers een bedrag bevatten dat op een realistische manier kan worden gefinancierd, zonder dat er nog meer wordt geleend. De boodschap is dus tweeledig: een kleinere begroting en een andere verdeling binnen dat kleinere totaal.
Zeventien landen willen juist meer
De brief laat zien hoe verdeeld de lidstaten zijn. Een meerderheid van 17 landen, onder wie Spanje en Italië, houdt vast aan steun voor de landbouw en armere regio’s. Die landen willen zelfs dat daar meer geld naartoe gaat. Daarom vinden zij dat het totale budget juist omhoog moet, tot boven de 2 biljoen euro.

De zes landen hebben wel gewicht. Volgens de Financial Times zijn zij samen goed voor ongeveer 40 procent van de inkomsten van de EU. Daarmee hebben ze een flinke stem in de onderhandelingen. Alle 27 lidstaten moeten uiteindelijk instemmen met de begroting.
Het dreigement dat niet in de brief staat
De Financial Times meldt dat de zes landen dreigen hun steun aan de begroting in te trekken als er geen flinke aanpassingen komen. De krant citeert een diplomaat uit een van de landen: ‘Als de begroting niet met honderden miljarden wordt verminderd, komt er dit jaar geen akkoord.’ Dat dreigement staat niet met zoveel woorden in de brief zelf.
Premier Jetten liet in juni al weten dat Nederland de voorgestelde begroting veel te hoog vindt. Hij noemde het onderhandelingsvoorstel ‘niet goed genoeg’. De nieuwe brief sluit daar dus op aan.

Modernisering of korting?
EU-correspondent Chris Ostendorf van de NOS wijst op een spanning in de strategie. In de brief benadrukken de landen dat ze willen inzetten op modernisering. Achter de schermen hoort hij iets anders, namelijk dat deze zes rijke landen vooral een korting op hun bijdrage willen. Dat laatste is zijn inschatting, niet iets wat in de brief staat.
Omdat de 17 andere landen vasthouden aan geld voor landbouw en arme regio’s, is volgens Ostendorf de kans het grootst dat er uiteindelijk aanzienlijk wordt gesnoeid in het voorstel van de Commissie. Dan blijft volgens hem hoogstwaarschijnlijk weinig of geen plek over voor modernisering. Politiek kan Nederland dat als winst presenteren. Bij het bedrijfsleven en onder wetenschappers hoort hij kritiek op de Nederlandse aanpak. Het zou volgens die critici een gemiste kans zijn als de modernisering sneuvelt omdat de focus alleen ligt op minder geld uitgeven.
Wat er nu volgt
Ierland moet als huidig EU-voorzitter een nieuw begrotingsvoorstel indienen als basis voor de onderhandelingen. In juni spraken de EU-leiders af om nog dit jaar tot een akkoord te komen voor de periode 2028-2034. De reden is dat de onderhandelingen ingewikkelder kunnen worden na de verkiezingen in Frankrijk, Italië, Spanje en Polen.

Of het lukt om voor het einde van het jaar overeenstemming te bereiken, hangt af van de vraag of de zes landen en de groep van 17 elkaar halverwege vinden. De nieuwe meerjarenbegroting moet vanaf 2028 ingaan. Daarvoor zijn alle 27 lidstaten nodig, ook de landen die nu lijnrecht tegenover elkaar staan.
Bronnen en credits
Bronnen: NOS, NU.nl, nieuwskoerier.nl, noordhollandsdagblad.nl, boerderij.nl
Foto: Het Berlaymontgebouw van de Europese Commissie in Brussel — EmDee (bron), CC BY-SA 4.0










