De Russische ambassade in Nederland wil opheldering over een uitspraak van defensieminister Dilan Yeşilgöz. Zij noemde Rusland tijdens de behandeling van de defensiebegroting in de Tweede Kamer een vijand. De ambassade reageerde donderdag op het sociale medium X en richtte zich rechtstreeks tot de Nederlandse regering.

De ambassade vraagt de regering de woorden te bevestigen of zich ervan te distantiëren. Volgens de ambassade lokt Yeşilgöz door Rusland als vijand van Nederland aan te merken een gewapend conflict uit. Het is een standpunt van Moskou, geen vaststaand gegeven. Yeşilgöz zelf zei juist dat Nederland niet in oorlog is.
Een bewuste woordkeuze in de spreektekst
Yeşilgöz stond tijdens de begrotingsbehandeling stil bij haar woordgebruik. In haar spreektekst zei zij niet langer het eufemisme te willen gebruiken dat Rusland de agressor is in de oorlog met Oekraïne. Dat lijkt een bewuste keuze, want zij voegde eraan toe dat de Kamer die term niet vaak meer uit haar mond zou horen.

In plaats daarvan noemde de VVD-leider Rusland een vijand. Die term gebruikte zij in haar betoog over de veiligheid van Nederland en de rol van de krijgsmacht. De uitspraak kreeg direct aandacht in de Kamer en ook buiten Den Haag, waar de reactie van de Russische ambassade snel volgde.
Geen oorlog, wel een verre vrede
Yeşilgöz maakte in haar toelichting een duidelijk onderscheid. Volgens haar betekent de term vijand niet dat Nederland in oorlog verkeert met Rusland. Tegelijk liet zij weinig ruimte voor geruststelling: een zorgeloze vrede is volgens de minister heel ver weg. Die combinatie vormt de kern van haar betoog.

Daarmee beschrijft zij een tussenvorm tussen oorlog en vrede. Nederland is geen oorlogspartij, maar moet volgens haar rekening houden met een tegenstander die de grens opzoekt. Die boodschap past bij de nadruk die zij legde op paraatheid, juist in een debat dat over de financiering van de krijgsmacht ging.
De vraag van de ambassade
De Russische ambassade stelde haar vraag op X in scherpe bewoordingen. Zij wil weten of de uitspraak een officiële verklaring is en koppelt die vraag aan een militaire confrontatie. De ambassade laat het daarbij niet bij een verzoek om uitleg, maar presenteert de uitspraak direct als een mogelijke aanleiding voor een gewapend conflict.

Dat Rusland de kwestie publiek op X aankaart, in plaats van via gesloten diplomatieke kanalen, past bij de manier waarop ambassades hun boodschap tegenwoordig verspreiden. De ambassade rekent daarbij op bereik. De vraag richt zich nadrukkelijk op de gehele Nederlandse regering en niet alleen op de minister van Defensie.
Afschrikken en kunnen vechten
Yeşilgöz benadrukte dat Nederland niet alleen moet kunnen afschrikken, maar ook moet kunnen vechten. Zij plaatste dat in het kader van de defensiebegroting. Een krijgsmacht die alleen afschrikt, is volgens die redenering onvoldoende wanneer een tegenstander toch bereid is een stap te zetten.

Als achtergrond noemde zij waarschuwingen van de inlichtingendiensten. Die stellen dat Rusland steeds verder de grens opzoekt en mogelijk in conflict kan raken met de NAVO. Die inschatting zit onder de keuze voor een scherpere toon, en onder de vraag hoeveel geld er naar defensie moet gaan.
Berendsen niet vooraf ingelicht
Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken bleek vooraf niet te zijn ingelicht dat zijn collega de term vijand zou gebruiken. Pas na aandringen van oppositiepartijen in de Tweede Kamer noemde ook hij Rusland een vijand. Dat maakte zichtbaar dat de woordkeuze niet vooraf binnen het kabinet was afgestemd.

Berendsen benadrukte vervolgens dat Yeşilgöz namens het kabinet spreekt. Ook zei hij dat de nieuwe term geen gevolgen heeft: of Nederland Rusland nu agressor of vijand noemt, heeft volgens hem geen impact op het beleid. Daarmee probeerde hij de vraag naar escalatie te dempen.
Reacties uit de Tweede Kamer
SP-Kamerlid Sarah Dobbe vond de nieuwe kwalificatie opvallend. Zij zei dat het toch niet niks is om Rusland zo te noemen. De minister van Buitenlandse Zaken wees erop dat de EU en de NAVO Rusland als grootste dreiging zien. Volgens hem laat Rusland zich steeds vaker vijandig uit, maar is Nederland niet in oorlog.

PRO-Kamerlid Kati Piri vroeg of het niet aan de minister van Buitenlandse Zaken is om zo’n kwalificatie te bewaken. Woorden doen er volgens Berendsen zeker toe bij zijn ministerie, maar het is een zaak van het gezamenlijke kabinet. Hij wees erop dat eerdere kabinetten Rusland wellicht al eerder vijand hebben genoemd.
Wat Moskou en Den Haag nu doen
Het is nog niet bekend of de regering de vraag van de ambassade beantwoordt. Ook is niet bekend of het kabinet de woorden van Yeşilgöz bevestigt of zich ervan distantieert. Berendsen zei in de Kamer dat zij namens het kabinet sprak, wat wijst op steun voor haar uitspraak.

Of de ambassade zelf verdere stappen zet, is evenmin duidelijk. De claim dat een gewapend conflict wordt uitgelokt blijft voorlopig een standpunt van Rusland. Yeşilgöz hield zelf vast aan haar eigen lezing: een vijand is nog geen oorlogspartij, en Nederland verkeert niet in oorlog.









