RIVM waarschuwt voor gevaarlijk record tekenbeten: ´Nooit eerder gezien´

Het was eind juni warmer dan ooit, en dat lieten de teken zich geen twee keer zeggen. Het RIVM heeft over die periode een recordaantal tekenbeten vastgesteld via het monitorsysteem Tekenradar. Nog nooit eerder meldde zo’n groot deel van de deelnemers in één week daadwerkelijk een tekenbeet. De vraag is: wat zegt dit over onze kwetsbaarheid in de buitenlucht, en hoe lang houdt het aan?

Wat is Tekenradar en hoe werkt het?

De Tekenradar is een monitorsysteem dat het RIVM in 2022 in het leven riep om de verspreiding van tekenbeten in Nederland systematisch bij te houden. Elke week bevraagt het instituut een panel van meer dan 700 deelnemers. De centrale vraag is steeds simpel: bent u in de afgelopen week door een teek gebeten?

Bovendien kunnen mensen via datzelfde platform individueel een melding doen als zij een teek tegenkomen. Dat maakt de Tekenradar een tweeledig systeem. Enerzijds biedt het gestructureerde paneldata, anderzijds laat het ook losse meldingen toe. Daardoor krijgt het RIVM een breed en redelijk representatief beeld van de tekensituatie in Nederland.

Het systeem bestaat nu vier jaar. In die hele periode heeft het nooit eerder zo’n hoge score laten zien als in de laatste week van juni dit jaar. Dat maakt de uitkomsten des te opvallender, zeker omdat de Tekenradar inmiddels een flinke historische database heeft opgebouwd om resultaten mee te vergelijken.

Lees ook:  Surfer overleden na aanvaring op Schildmeer: 'Was heel druk´

Het record: meer dan 30 procent in één week

Van de 673 mensen die in de bewuste week antwoord gaven, meldde meer dan 30 procent daadwerkelijk een tekenbeet. Dat klinkt misschien als een klein getal, maar in de context van Tekenradar is het ongekend. Onderzoeker Kees van den Wijngaard van het RIVM bevestigt dat dit percentage nog nooit eerder is voorgekomen sinds de oprichting van het systeem in 2022.

Daarnaast werden in diezelfde hete periode via individuele meldingen op de Tekenradar ook nog eens circa 800 losse tekenbeten doorgegeven. Die twee cijfers samen schetsen een beeld van een opvallende piek. Normaal ziet het RIVM in deze tijd van het jaar altijd enige stijging, maar de omvang van deze piek was uitzonderlijk.

Hitte en vakantie als versterkende factoren

Volgens Kees van den Wijngaard speelt meer dan alleen de temperatuur een rol. “Normaal zien we in deze periode ook een piek”, legt hij uit. “Dat heeft onder andere met de weersomstandigheden te maken en dat veel mensen op vakantie gaan. Zo komen teken en mensen eerder met elkaar in contact.”

Die combinatie is dus beslissend. Door de hitte zoeken mensen de natuur op: parken, bossen en tuinen. Tegelijkertijd zijn teken in de zomermaanden doorgaans actiever. Bovendien gaan mensen in korte kleding naar buiten, wat de kans op een beet vergroot. Het resultaat is een perfecte storm van omstandigheden die het risico op een tekenbeet sterk verhogen.

Lees ook:  Vrouw wijst opdringerige man in Rotterdam Centraal af: ´Zwaar in elkaar geslagen´

Waar in Nederland worden de meeste beten gemeld?

Dit jaar werd landelijk gezien 34 procent van alle tekenbeten opgelopen in de tuin en 47 procent in het bos. Dat zijn de twee meest voorkomende locaties. De overige beten vonden elders in de natuur of in parken plaats.

Opvallend zijn echter de regionale verschillen. In Drenthe, Groningen en Zeeland werd meer dan 40 procent van de tekenbeten opgelopen in de eigen tuin. In provincies als Noord-Holland, Utrecht en Noord-Brabant lag dat percentage juist onder de 30 procent. Het RIVM erkent dat het op dit moment geen verklaring heeft voor deze regionale verschillen. Of het te maken heeft met tuinoppervlak, groentype of ander gedrag, blijft vooralsnog onduidelijk.

Wat betekent dit voor de volksgezondheid?

Een tekenbeet op zich is niet altijd gevaarlijk, maar het risico op de ziekte van Lyme maakt het een serieus volksgezondheidsvraagstuk. In Nederland lopen jaarlijks tienduizenden mensen de ziekte van Lyme op via een besmet exemplaar. Vroeg signaleren en direct verwijderen van de teek verlaagt het risico aanzienlijk.

Het hoge aantal meldingen tijdens de hitte van eind juni onderstreept bovendien hoe belangrijk het is dat mensen alert blijven, ook in de eigen achtertuin. De gedachte dat tekenbeten alleen in het bos voorkomen, klopt duidelijk niet. Ruim een derde van alle beten vindt juist thuis in de tuin plaats, zo laten de gegevens van Tekenradar zien. Dat maakt het een probleem dat niemand volledig kan ontvluchten door simpelweg thuis te blijven.

Lees ook:  Natuurbrand bij De Rosmolen legt treinverkeer plat: 'Kan zich snel uitbreiden'

Aanhoudende hitte werkt op den duur ook remmend

Er is wel een bijzondere nuance in het verhaal van Kees van den Wijngaard. Hij wijst erop dat teken zelf ook grenzen kennen als het gaat om hitte. Als het langere tijd extreem heet en droog blijft, zonder neerslag, kan de situatie voor hen onleefbaar worden. “Zij kunnen niet goed tegen de hitte”, zegt de onderzoeker.

Dat betekent dat een korte hittegolf het aantal tekenbeten eerst omhoog stuwt, doordat mensen massaal naar buiten gaan. Maar als de hitte weken aanhoudt en er nauwelijks regen valt, kan de activiteit van teken daarna juist afnemen. Ze trekken zich terug in vochtigere plekken of worden minder actief. Het verband tussen klimaat en tekenpopulaties is daarmee complexer dan het op het eerste gezicht lijkt.

Voorlopig blijft de boodschap van het RIVM duidelijk: controleer jezelf na elk buitenverblijf, ook na een middagje tuinieren. Verwijder een gevonden teek zo snel mogelijk met een tekentang en houd de plek de weken erna in de gaten op een rode ring. Het systeem Tekenradar draait ondertussen door en volgt de komende weken nauwlettend of de huidige hittegolf opnieuw een piekperiode voor tekenbeten oplevert.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's