
Doorwerken na pensioen rukt op in cao-akkoorden: ‘Hoe waardevol ben je nog?’
Wat lang een informele uitzondering was, wordt steeds vaker vastgelegd in zwart op wit. Doorwerken na de AOW-leeftijd verschijnt in groeiend tempo als officieel onderwerp in collectieve arbeidsovereenkomsten. Daarmee verandert de positie van de oudere werknemer op de arbeidsmarkt, en rijst tegelijk een ongemakkelijke vraag: op welke voorwaarden mag je eigenlijk blijven?
Van uitzondering naar afspraak
Jarenlang gold werken na je pensioenleeftijd als iets wat je persoonlijk met je werkgever regelde, als dat al mogelijk was. Er bestonden nauwelijks officiële regels voor. Dat beeld kantelt nu. Volgens het AD zijn in de eerste helft van 2026 in elf van de 214 afgesloten cao-akkoorden regels vastgelegd voor werknemers die na hun AOW-leeftijd willen doorwerken. Dat is een beperkt maar opmerkelijk cijfer, omdat dit onderwerp in collectieve onderhandelingen lange tijd nauwelijks aan bod kwam.
De verschuiving is niet toevallig. De vergrijzing zet de arbeidsmarkt onder druk en personeelstekorten stapelen zich op in sectoren als de zorg, het onderwijs en de techniek. Bovendien leven mensen langer en blijven ze langer gezond en actief. Werkgevers beginnen in te zien dat het zonde is om ervaren krachten zonder meer te laten vertrekken op de dag dat ze hun eerste AOW-uitkering ontvangen.
Daarnaast speelt mee dat de politiek al jaren aanstuurt op een langere arbeidsdeelname. De AOW-leeftijd is de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd, en er klinken regelmatig geluiden om ook daarna werken aantrekkelijker te maken. Cao-partijen pikken die signalen op en vertalen ze naar concrete afspraken op sectorniveau.
Wat die afspraken precies inhouden
Over de exacte inhoud van de elf cao-bepalingen is vooralsnog weinig detail beschikbaar. Het is niet zonder meer zo dat werknemers in die sectoren automatisch mogen doorwerken na hun pensioen. Waarschijnlijker is dat de cao-afspraken een kader scheppen: onder welke omstandigheden kan het, voor hoelang, en op welke arbeidsvoorwaarden. Dat kader ontbrak tot nu toe grotendeels, waardoor individuele gevallen tot conflicten of onduidelijkheid konden leiden.
Bovendien raken cao-afspraken over doorwerken aan complexe rechtsvragen. Na de AOW-leeftijd gelden andere ontslagbeschermingsregels. Werkgevers mogen een arbeidscontract dan makkelijker beëindigen, en dat verandert de onderhandelingspositie van de werknemer aanzienlijk. Juist daarom is het vastleggen van afspraken in een cao relevant: het geeft de werknemer meer houvast dan een losse mondelinge toezegging.
De vraag achter de vraag
De kop die zowel AD als het Parool boven hun berichtgeving plaatsten, zegt misschien meer dan de cijfers zelf: ‘Werkgevers kijken: hoe waardevol ben je nog?’ Die formulering onthult een spanning die onder de zakelijke cao-taal schuilgaat. Doorwerken na pensioen is voor de werknemer geen vanzelfsprekendheid, maar iets waarvoor je jezelf moet bewijzen.
Dat roept vragen op over gelijkwaardigheid. Younger workers worden zelden gevraagd hun waarde te bewijzen om überhaupt in dienst te mogen blijven. Voor AOW-gerechtigden wordt die toets echter vaker als normaal beschouwd. Of dat terecht is, hangt af van hoe je kijkt naar productiviteit, werkdruk en de bijdrage van ervaring aan een organisatie. Toch is het een gegeven dat oudere werknemers bij het betreden van dit nieuwe arbeidsrechtelijke terrein in een kwetsbaardere positie verkeren.
Wat dit betekent voor werknemers
Voor mensen die na hun AOW-leeftijd willen blijven werken, biedt de opkomst van cao-afspraken in principe meer zekerheid. Ze weten beter waar ze aan toe zijn, welke rechten ze hebben en wat de werkgever van hen mag verwachten. Bovendien kan een cao-bepaling voorkomen dat het volledig afhangt van de grillen van één leidinggevende of de cultuur binnen één bedrijf.
Tegelijkertijd is het goed om de omvang niet te overdrijven. Elf van de 214 cao-akkoorden in de eerste helft van 2026 is een begin, maar vertegenwoordigt nog lang niet de meerderheid van de Nederlandse arbeidsmarkt. Veel werknemers die na hun pensioen willen doorwerken, vallen vooralsnog in een grijs gebied zonder formele afspraken. Voor hen verandert er voorlopig weinig.
Bredere arbeidsmarkttrend
De opkomst van doorwerken na de AOW-leeftijd als cao-onderwerp past in een bredere verschuiving op de arbeidsmarkt. Werkgevers worden creatiever in het binnenhalen en vasthouden van personeel, ook buiten de traditionele doelgroepen. Zo zien we naast AOW-doorwerkers ook meer aandacht voor herintreders, parttimers die meer uren willen maken en zij-instromers uit andere sectoren.
Vakbonden en werkgeversorganisaties reageren op deze trend ieder op hun eigen manier. Vakbonden waken ervoor dat de rechten van oudere werknemers niet worden uitgehold onder het mom van flexibiliteit. Werkgevers benadrukken juist de kansen: wie na zijn AOW wil doorwerken, verdient een duidelijk en eerlijk kader. Die twee belangen zijn niet per definitie tegenstrijdig, maar vragen wel om zorgvuldige onderhandelingen.
Verwachte ontwikkeling in de tweede helft van 2026
De verwachting is dat het aantal cao’s met bepalingen over doorwerken na de AOW-leeftijd in de tweede helft van 2026 verder zal groeien. Cao-onderhandelingen zijn iteratief: wat in één sector wordt afgesproken, inspireert vergelijkbare akkoorden elders. Als toonaangevende sectoren als de zorg of het onderwijs concrete regelingen treffen, zal de druk op andere sectoren toenemen om te volgen.
Of doorwerken na de AOW daadwerkelijk de nieuwe norm wordt, valt nog niet te zeggen. Daarvoor zijn de huidige cijfers te beperkt en de cao-bepalingen nog te weinig in detail bekend. Wat wel duidelijk is: het onderwerp staat stevig op de agenda van de Nederlandse arbeidsmarkt, en dat alleen al is een kentering ten opzichte van een paar jaar geleden. De vraag is niet langer óf dit geregeld wordt, maar hoe.





