Het Nieuwsfront
Het Nieuwsfront
Het laatste nieuws direct in onze app
Download
×
LeesHet

Israël activeert doodstraf voor Palestijnen: ‘Iets om je voor te schamen’

Een strop als speldje op zijn revers, en champagne op de vloer van de Knesset. Zo vierde de Israëlische minister Itamar Ben-Gvir de aanname van een wet die de doodstraf invoert voor Palestijnen die een Israëliër doden. De wet schopt niet alleen aan door wat ze regelt, maar ook door hoe ze wordt gevierd door de eigen bewindslieden.

Wat de nieuwe wet precies inhoudt

De Israëlische wetgever stemde in met een wet die de doodstraf oplegt aan Palestijnen die een Israëliër om het leven brengen. De executie gebeurt door ophanging. Dodelijke injecties zijn geen optie, omdat Israëlische artsen naar verluidt weigeren daaraan mee te werken. De wet geldt specifiek voor moorden die gepleegd worden met het doel het bestaan van de staat Israël te ontkennen. Dat criterium is cruciaal, omdat het in de praktijk onwaarschijnlijk maakt dat een Joodse Israëliër ooit deze straf opgelegd krijgt.

De wetstekst is daarmee niet neutraal geformuleerd. Critici wijzen erop dat de wet feitelijk alleen toepasbaar is op Palestijnen. Bovendien wordt de doodstraf in het internationaal recht breed beschouwd als een schending van fundamentele mensenrechten. Toch maakte de Knesset er een meerderheid voor vrij.

Historische context: tweemaal eerder uitgevoerd

De doodstraf bestond al in Israël, maar bleef bijna altijd op papier. Twee keer werd ze daadwerkelijk uitgevoerd. In juni 1948, een maand na de stichting van de staat, werd legerofficier Meir Tobianski voor een vuurpeloton gebracht op verdenking van spionage. Na zijn executie bleek hij onschuldig te zijn. In 1962 werd de nazi-oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann ter dood gebracht, verantwoordelijk voor het organiseren van transporten naar de gaskamers.

Lees ook:  Britse overheid gooit de deur dicht voor Ye: 'Niet bevorderlijk voor het algemeen belang'

Daarna werd de straf weliswaar nog opgelegd, maar nooit meer voltrokken. De nieuwe wet haalt de doodstraf dus uit de la en maakt haar opnieuw operationeel. Dat is een breuk met decennia van Israëlische rechtspraktijk, en ook met de richting die de meeste democratieën inslaan.

Europa reageert: ‘Democratische principes in gevaar’

Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Duitsland lieten in een gezamenlijke verklaring weten dat deze wet de democratische principes van Israël in gevaar brengt. Nederland sloot zich later aan bij die verklaring. De Europese kritiek richt zich op de combinatie van de straf zelf en het selectieve karakter van de wet.

Toch snijdt die reactie niet diep genoeg, zo klinkt het ook in analyses van de wet. De redenering dat dit wetsvoorstel de Israëlische democratie omverwerpt, gaat voorbij aan een bredere realiteit. De regering-Netanyahu schendt al langer het internationaal recht, breekt de onafhankelijkheid van de rechtspraak af en behandelt niet-Joodse burgers als tweederangsmensen. Bovendien worden Palestijnse gevangenen gemarteld. De nieuwe wet past in een patroon, ze is geen uitzondering.

Lees ook:  Iran stelt ultieme eis voor vrede met Amerika: 'Tol heffen op Straat van Hormuz'

Minister Ben-Gvir viert openlijk wat velen racisme noemen

Itamar Ben-Gvir, minister van Nationale Veiligheid en een van de meest uitgesproken stemmen voor de wet, deed geen moeite zijn vreugde te verbergen. Het speldje in de vorm van een strop en de champagnefles op de Knesset-vloer: zijn vreugde was openlijk en opzettelijk. Daarmee legt hij zelf het verband tussen de wet en zijn politieke doelen bloot.

Critici stellen dat de wet het stilzwijgende gegeven institutionaliseert dat een Palestijns leven minder waard is dan een Joods leven in gebieden onder Israëlische controle. Dat is een ernstige beschuldiging, maar het openlijke gedrag van politici als Ben-Gvir geeft weinig ruimte voor andere interpretaties. Hij viert de wet niet ondanks haar selectieve karakter, maar juist vanwege dat karakter.

Palestijnse levens stonden al onder druk

Zelfs zonder deze nieuwe wet waren Palestijnen hun leven al lang niet zeker. In Gaza verloren tienduizenden vrouwen, mannen en kinderen het leven tijdens de Israëlische militaire operaties gericht op Hamas. De Israëlische definitie van gerechtvaardigde nevenschade bleek daarbij buitengewoon ruim. Op de Westelijke Jordaanoever trekken gewapende kolonisten brandstichtend door Palestijnse gebieden, met als openlijk doel om Palestijnen te verdrijven ten gunste van illegale nederzettingen.

Daarbij komen nu dus de risico’s van de nieuwe wet. De combinatie van militaire druk, kolonistengeweld en een juridisch systeem dat de doodstraf kan opleggen, treft in de praktijk bijna uitsluitend Palestijnen. Bovendien biedt de formulering van de wet, met het vage criterium over het ‘ontkennen van het bestaan van de staat Israël’, ruimte voor ruime interpretatie door rechtbanken.

Lees ook:  Veertien illegale mijnwerkers sterven in instortende schacht: 'Nog niet duidelijk hoe ze omkwamen'

Wat de wet zegt over de richting van Israël

De bredere vraag die deze wet oproept, is niet alleen juridisch maar ook politiek. Welke richting kiest Israël? De wet is een symptoom van een regering die steeds verder opschuift in de richting van Joodse suprematie in bezet gebied. Dat zeggen niet alleen buitenlandse critici, maar ook Israëlische mensenrechtsorganisaties en juristen die de rechtsstaat willen beschermen.

Beschaafde landen brengen geen mensen ter dood, zo luidt een breed gedragen principe in het internationaal recht. Echter, de zorg gaat verder dan de straf alleen. Dat Israëlische bewindslieden het racistische karakter van de wet openlijk vieren als stap naar Joodse suprematie, maakt de situatie ernstiger. Het gaat niet om een fout in de wet, maar om een bewuste politieke keuze.

De internationale gemeenschap heeft haar afkeuring uitgesproken, maar concrete gevolgen bleven vooralsnog uit. De vraag is hoe lang Europa en de rest van de wereld bij verklaringen blijven. Want terwijl de verklaringen worden opgesteld, wordt de wet al van kracht.

Bron: NRC

Lees ook