Terwijl Russische raketten boven Oekraïne blijven neerkomen, weigeren verscheidene EU-landen hun Patriot-luchtverdedigingssystemen af te staan. Staatssecretaris Derk Boswijk van Defensie stak zijn woede daarover dinsdag niet weg. Na afloop van de informele EU-raad Defensie in Wicklow, Ierland, sprak hij van diepe frustratie over het gebrek aan daadkracht binnen Europa. De komende winter belooft voor Oekraïne bijzonder zwaar te worden, en de klok tikt.

Een oproep die Nederland al vaker deed
Nederland deed dinsdag opnieuw een dringende oproep aan EU-partners om zo snel en zo veel mogelijk Patriots beschikbaar te stellen aan Oekraïne. Boswijk sprak die woorden al voor het begin van de vergadering met EU-ministers van Defensie in Ierland, als een signaal dat hij de urgentie niet wilde afwachten. “Wat ons betreft, is er geen tijd te verliezen”, zei de staatssecretaris zonder omhaal. Dat Nederland dit woord ‘opnieuw’ moest gebruiken, zegt al genoeg over de trage voortgang binnen de Europese Unie.
Het probleem speelt al jaren. Oekraïne kampt structureel met een tekort aan luchtverdediging en dat tekort heeft dodelijke gevolgen. Toch houden een aantal EU-landen vast aan hun voorraden. Boswijk wees met name op een aantal Zuid-Europese landen, waaronder Griekenland, dat grote hoeveelheden Patriots in voorraad heeft. “Onze inschatting is dat je daaruit wel aan Oekraïne kunt leveren”, zei hij. Die landen zijn echter, tot zijn grote ergernis, niet bereid die stap te zetten.

Jaren gewaarschuwd, nog steeds geen oplossing
Wat Boswijk bijzonder steekt, is dat dit geen verrassing is. Europa weet al minstens vier à vijf jaar dat luchtverdediging de zwakste schakel is in de steun aan Oekraïne. Toch slaagden overheden en de defensie-industrie er niet in om tijdig met alternatieven te komen. “Het is frustrerend dat wij als overheden samen met de defensie-industrie er nog niet in zijn geslaagd om met alternatieven te komen”, zei Boswijk na afloop van de bijeenkomst. Die woorden klonken als een directe aanklacht, zowel richting Europese collega’s als richting de eigen industrie.
In Europees verband wordt momenteel gewerkt aan alternatieve onderscheppingsraketten, maar daarmee is Oekraïne deze winter nog lang niet geholpen. De productiecapaciteit laat het simpelweg niet toe. “Het duurt nog wel even voordat daar de eerste onderscheppingsraketten van de band rollen”, aldus Boswijk. Oekraïne kan daar niet op wachten. Daarom pleit hij voor twee sporen tegelijk: nu leveren wat er is, en ondertussen doorwerken aan nieuwe alternatieven op de langere termijn.

De winter als zwaard van Damocles
De dreiging van een zware winter hangt als een zwaard van Damocles boven Oekraïne. Boswijk omschreef zijn vooruitzichten als “heel erg somber”. Hij wees daarvoor op de toenemende intensiteit van de Russische aanvallen en zijn verwachting dat die de komende maanden verder zullen stijgen. Rusland heeft herhaaldelijk bewezen in de winter energie-infrastructuur en woonwijken als doelwit te kiezen. Zonder adequate luchtverdediging zijn die aanvallen amper af te weren.

“Dat is het waardeloze van het verhaal”, zei de staatssecretaris. “We kijken natuurlijk allemaal met angst en beven naar de aankomende winter, dus daarom die twee sporen.” Die uitspraak vat samen waar Nederland mee worstelt: het besef dat het probleem oplosbaar is, gecombineerd met de frustratie dat bondgenoten de politieke wil missen om ook daadwerkelijk te handelen. Want de systemen bestaan, ze staan ergens in een loods, en Oekraïne heeft ze nodig.
Europese verdeeldheid blokkeert snelle actie
De weigering van een aantal EU-landen om hun Patriots af te staan, illustreert een breder probleem binnen de Europese Unie. Lidstaten denken primair aan hun eigen veiligheid en willen geen gaten slaan in hun nationale defensiecapaciteit. Die redenering snapt Boswijk tot op zekere hoogte, maar hij acht ze in het geval van landen als Griekenland onvoldoende onderbouwd. Zijn boodschap is helder: wie grote voorraden bezit, moet een deel daarvan beschikbaar stellen aan een land dat actief in oorlog verkeert.

Bovendien speelt het gebrek aan gezamenlijke Europese besluitvorming een rol. De EU-raad Defensie in Wicklow had als informeel karakter, wat betekent dat er geen bindende besluiten konden worden genomen. Daardoor blijft het bij oproepen en druk, zonder dat er directe consequenties volgen voor landen die weigeren mee te werken. Dat maakt de positie van Boswijk politiek lastig: hij kan aandringen, maar niet afdwingen.
Blik op de komende stappen
De bijeenkomst in Ierland was de zoveelste gelegenheid waarbij Nederland zijn Europese partners probeerde te bewegen tot snellere actie. Tot nu toe zonder het gewenste resultaat. Boswijk gaf aan dat het werk aan alternatieve onderscheppingssystemen doorgaat, maar benadrukte nogmaals dat dit geen oplossing biedt voor de korte termijn. De Nederlandse positie blijft dat bestaande Patriot-systemen nu geleverd moeten worden, en dat de ontwikkeling van nieuwe capaciteit daarnaast moet plaatsvinden. Twee sporen, gelijktijdig, zonder uitstel.

Hoe de komende weken zich zullen ontvouwen, is nog onzeker. Wel staat vast dat Nederland het onderwerp niet van de agenda laat verdwijnen. De druk op landen als Griekenland zal naar verwachting toenemen, zeker als de Russische aanvallen op Oekraïne in intensiteit groeien richting de winter. De uitspraken van Boswijk in Wicklow waren geen diplomatieke beleefdheden. Ze waren een heldere, ongemakkelijke boodschap aan bondgenoten die nog steeds aan de zijlijn staan.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl










