Het kabinet weet precies wat er mis is met de Nederlandse economie, maar doet er te weinig aan. Dat is de harde boodschap van de Raad van State in het advies dat op Prinsjesdag verscheen bij de Miljoenennota. De belangrijkste overheidsadviseur prijst de probleemanalyse, maar is scherp over het gebrek aan echte oplossingen. Wat volgt, is een rekening die bij toekomstige generaties terechtkomt.

Nederland staat voor drie grote uitdagingen
De problemen zijn niet nieuw. Nederland kampt al langer met vergrijzing, stagnerende economische productiviteit en een onrustige geopolitieke situatie. Die uitdagingen stonden ook al centraal in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. Toch verschijnt exact dezelfde analyse opnieuw in de eerste Miljoenennota van het minderheidskabinet. De Raad van State constateert dat die analyse klokt, maar voegt daar direct aan toe dat de doorvertaling naar concreet beleid ontbreekt.
Bovendien heeft het kabinet een flinke lijst achterstanden te verwerken. Snelwegen kampen met achterstallig onderhoud, de woningbouw loopt ver achter en het overvolle stroomnet vraagt om urgente uitbreiding. Dat zijn geen kleine kwesties. Ze raken dagelijks aan de economische slagkracht en de leefomstandigheden van miljoenen Nederlanders. Toch zijn ook op deze terreinen de grote initiatieven volgens de Raad van State uitgesteld of zelfs afgesteld.

Hervormingen in zorg en sociale zekerheid blijven wachten
Juist op de meest kostbare terreinen blijft het stil. Bij sociale zekerheid en zorg stijgen de uitgaven de komende jaren fors, maar hervormingen laat het kabinet vooralsnog achterwege. De Raad van State noemt dit expliciet als een zorgpunt. Immers, zonder ingrijpen loopt de druk op de overheidsfinanciën alleen maar op. Daarnaast zijn het juist deze sectoren die structureel moeten veranderen om houdbaar te blijven voor de toekomst.
Het kabinet kiest er echter voor om die lastige keuzes vooruit te schuiven. Een deel van de aangekondigde hervormingen is uitgesteld, een ander deel is zelfs volledig van de agenda gehaald. Daarmee neemt het kabinet wel de analyse over van zijn voorgangers, maar durft het niet de stap te zetten naar daadwerkelijk beleid. Dat patroon is opvallend, zeker gezien de urgentie die het kabinet zelf erkent.

Begroting op papier in orde, maar de methode kraakt
Voor 2027 voldoet de begroting op papier aan de Europese normen. Het overheidstekort blijft onder de drie procent van de economische omvang en de overheidsschuld blijft onder de zestig procent. Dat klinkt geruststellend, maar de Raad van State plaatst forse kanttekeningen bij de manier waarop het kabinet die cijfers bereikt.
Het kabinet dicht de financiële gaten namelijk via een combinatie van creatieve trucjes. Zo laat het de uitgaven niet volledig meestijgen met prijsstijgingen, zet het niet-uitgegeven geld in dat eerder op de plank bleef liggen, en loopt het alvast vooruit op meevallende afdrachten aan de Europese Unie. Die aanpak noemt de Raad van State ronduit boekhoudkundig. De dekking versterkt de economie niet, aldus het instituut, en lost de onderliggende problemen niet op.

Werkenden dragen de zwaarste last
De verdeling van de financiële lasten stelt de Raad van State eveneens aan de kaak. De extra overheidsinkomsten volgend jaar komen voornamelijk van werkenden. Belastingen op vermogen dalen juist licht. Daarmee verdiept het kabinet een onbalans die al langer bestaat. De verhouding tussen lasten op arbeid en lasten op vermogen staat al jarenlang onder druk, en deze Miljoenennota draait die trend niet om.
Bovendien trekt de Raad van State felle conclusies over een specifieke begrotingskeuze. Het kabinet wil de premie voor arbeidsongeschiktheid verhogen om defensie-uitgaven mee te financieren. Dat noemt het instituut een oneigenlijk gebruik van dit geld. Die premie is bedoeld voor een heel ander doel, namelijk de opvang van arbeidsongeschikten. Omdat werkgevers deze premie indirect doorberekenen, landen de kosten uiteindelijk toch bij werkenden.

De rekening verschuift naar volgende generaties
De gekozen begrotingsaanpak heeft gevolgen die verder reiken dan het komende jaar. Doordat het kabinet de financiële gaten niet structureel dicht, loopt de overheidsschuld op langere termijn op. Elk jaar dat er geleend wordt, moeten er bovendien rentebetalingen worden gedaan. Die lasten komen in de komende decennia terecht bij belastingbetalers, inclusief generaties die nu nog niet stemmen. De Raad van State waarschuwt dat dit patroon de economische weerbaarheid van Nederland ondermijnt.
Daarbij geldt: een analyse die elk jaar opnieuw wordt overgeschreven, maar niet wordt omgezet in daden, verliest zijn geloofwaardigheid. Het minderheidskabinet bevindt zich bovendien in een kwetsbare positie. Zonder stabiele meerderheid in de Tweede Kamer zijn grote hervormingen politiek riskant. Toch wijst de Raad van State er niet minder nadrukkelijk op dat uitstel geen oplossing biedt.

Wat nu van het kabinet wordt verwacht
Het advies van de Raad van State legt de vinger op een pijnlijke tegenstelling. Het kabinet herkent de problemen, benoemt ze uitgebreid en onderschrijft de urgentie. Vervolgens kiest het voor beleid dat die urgentie niet weerspiegelt. De vraag is hoe lang die kloof houdbaar is, zeker nu de druk op sociale zekerheid, zorg en infrastructuur blijft toenemen. De komende begrotingsdebatten in de Tweede Kamer zullen uitwijzen of politieke steun te vinden is voor de hervormingen die de Raad van State als onvermijdelijk beschouwt.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl
Foto: Lege plenaire zaal van de Tweede Kamer — Husky (bron), CC BY 4.0










