Landelijk verbod op hoofddoek bij boa´s in zicht: ´Alleen deze partijen zijn tegen´

Een hoofddoek, een keppeltje, een kruisje: bij buitengewoon opsporingsambtenaren zijn ze in sommige gemeenten gewoon onderdeel van het uniform. Dat wil VVD-Kamerlid Claire Martens nu wettelijk verbieden. Zij dient een initiatiefwetsvoorstel in dat religieuze uitingen bij boa’s landelijk aan banden legt. De discussie sleept al jaren, maar nu grijpt de Tweede Kamer zelf in.

Ongelijke regels per gemeente

Het probleem zit hem in de huidige situatie. Steden als Amsterdam, Den Haag en Tilburg staan boa’s al langer toe om religieuze symbolen te dragen bij het uniform. Dat is mogelijk omdat boa’s, anders dan politieagenten, niet vallen onder de gedragscode voor lifestyleneutraliteit. Gemeenten hebben daardoor ruimte om zelf regels te stellen. Echter, die vrijheid leidt tot een lappendeken aan uniformbeleid door het hele land.

Martens vindt die situatie onacceptabel. Zij stelt dat de overheid op straat overal hetzelfde gezicht moet laten zien. “Gemeente A moet geen andere uniformregels hebben dan gemeente B”, zei ze daarover in gesprek met De Telegraaf. Bovendien wijst zij erop dat voor de politie en het leger al vergelijkbare afspraken gelden. Dat maakt het volgens haar logisch om boa’s in dezelfde lijn te plaatsen.

Eerdere pogingen strandden juridisch

Het is niet de eerste keer dat politiek Den Haag dit vraagstuk oppakt. Oud-minister Dilan Yesilgöz wilde eerder al een landelijk verbod invoeren. Ook haar opvolgers op het ministerie van Justitie zaten op dezelfde lijn. Minister David van Weel probeerde het verbod te regelen via een Algemene Maatregel van Bestuur. Die route liep echter vast: de Raad van State keurde hem juridisch af.

Lees ook:  Tweede Kamer zet FVD-Kamerlid De Vos tot zwijgen: 'Onacceptabele uitspraken'

Vervolgens werd een wetswijziging aangekondigd, maar die bleef uit. Martens concludeert daaruit dat de minister zijn prioriteiten elders legt. Daarom besloot ze zelf in actie te komen. “Ik wilde voor de zomer zelf een wetsvoorstel af hebben. Dat is gelukt”, aldus Martens. Het voorstel gaat nu naar de Raad van State voor een juridische toets, voordat het formeel bij de Kamer wordt ingediend.

Wat het voorstel precies inhoudt

De kern van het wetsvoorstel is eenvoudig. Boa’s mogen tijdens het uitoefenen van hun functie geen zichtbare religieuze uitingen dragen. Dat betekent geen hoofddoek, geen keppeltje en geen kruisje. Het gaat dus om alle zichtbare religieuze symbolen, niet specifiek om islamitische uitingen. Martens benadrukt expliciet dat het voorstel geldt voor iedereen, ongeacht geloof of achtergrond.

Zij koppelt het voorstel aan een breder principe: de scheiding tussen kerk en staat. “Bij een uniform in een seculier land horen geen religieuze uitingen”, stelt Martens. Daarnaast waarschuwt zij voor een gevaarlijk bijeffect wanneer religieuze uitingen blijven bestaan. Als een religieus symbool iemand meer gezag geeft op straat, ontstaat er volgens haar een tweedeling in de handhaving. “Religie mag nooit een excuus zijn dat je zaken wél voor elkaar krijgt”, aldus Martens scherp.

Lees ook:  Derksen sloopt asielbeleid Jetten: ´Kom allemaal maar binnen, jongens!´

Brede steun, maar ook tegenstand

In de Tweede Kamer lijkt een meerderheid voor het voorstel haalbaar. Partijen als PVV, CDA, JA21, FVD, BBB, SGP, ChristenUnie, 50Plus en ook de SP zouden de lijn van het voorstel steunen. SP-leider Jimmy Dijk verwoordde het eerder bondig: “Het is een uniform, géén pluriform.” Die uitspraak vat de kern van het argument samen. Toch is een meerderheid nog niet formeel bevestigd.

Aan de andere kant staan partijen als D66, DENK, Partij voor de Dieren en Volt. Zij zijn tegen een landelijk verbod of willen meer ruimte laten aan gemeenten zelf. Daarmee staat een deel van de oppositie recht tegenover het VVD-voorstel. De komende maanden zal duidelijk worden of de steun ook daadwerkelijk omgezet wordt in stemmen.

Een kentering in het politieke debat

Martens wijst op iets opvallends in het bredere debat. Vroeger waren het juist progressieve partijen die religieuze inmenging in het openbaar bestuur wilden beperken. Dat was een klassiek seculier-links standpunt. Volgens haar is die positie verschoven. Sommige progressieve partijen juichen religieuze uitingen bij overheidsmedewerkers nu toe, terwijl dat vroeger ondenkbaar was. Die kentering maakt het politieke landschap rond dit thema complexer dan het decennia lang was.

Lees ook:  Van den Brink slaat handen ineen met Italië: 'We beginnen met een schone lei'

Tegelijkertijd benadrukt Martens dat haar voorstel niet gaat over persoonlijke vrijheid buiten werktijd. “Iedereen mag geloven wat hij of zij wil”, zegt ze nadrukkelijk. Maar wie in dienst is van de overheid en een uniform draagt, vertegenwoordigt de staat. Die staat hoort neutraal te zijn. Die is de grens die zij trekt. Bovendien is het argument niet nieuw: ook voor rechters, politieagenten en militairen gelden al langere tijd vergelijkbare normen rond neutraal optreden.

Volgende stappen in het wetgevingsproces

Het wetsvoorstel van Claire Martens bevindt zich momenteel in de vroege fase. Voordat het in de Kamer in stemming kan gaan, doorloopt het eerst de gebruikelijke juridische toets bij de Raad van State. Dat advies is niet bindend, maar weegt zwaar in de politieke discussie. Zeker gelet op de eerdere juridische schipbreuk via de Algemene Maatregel van Bestuur, zal die toets met extra aandacht worden gevolgd. Vervolgens moet het voorstel door de Kamerprocedure. Als een brede meerderheid zich uiteindelijk achter het voorstel schaart, veranderen de uniformregels voor tienduizenden boa’s in heel Nederland ingrijpend.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's